Dertig jaar na hun debuut is Metal Molly weer samen op het podium. Surgery For Zebra krijgt eindelijk een vinylrelease, en de band viert dat met een reünietournee die eindigt in De Roma. Tijd voor een gesprek over spelen in de kelder van het ouderlijk huis en de charme van rommeligheid. “Beter weird dan saai was ons devies.”
Tekst: Jonas Boel

1995, dat is het jaar waarin de Sony Playstation werd geïntroduceerd, het jaar van het sensationele moordproces tegen O.J. Simpson, maar ook het jaar waarin Metal Molly hun debuut Surgery For Zebra uitbracht, met daarop de onverslijtbare Belpopklassieker Orange.
Ter gelegenheid van het dertigste jubileum bracht Metal Molly Surgery For Zebra voor het eerst uit op vinyl, en trokken Allan Muller (gitaar, zang), Pascal Deweze (bas, zang) en Gino Geudens (drums) begin dit jaar voor het eerst in bijna twintig jaar samen opnieuw de baan op. Een reünietournee die in maart zijn ‘grand finale’ beleeft in De Roma. Wanneer Muller en Deweze de benen onder onze tafel schuiven breken we het ijs niet met een vraag, maar met drie puntjes aan het einde van een open zin.
Reünietournees zijn meestal…
Deweze: Lucratief?
Muller: Niet alleen leuk voor de fans, maar ook vooral leuk als je ze zélf kan doen!
Deweze: Klopt. We zijn momenteel de beste Metal Molly-coverband van Vlaanderen. En dat is een luxepositie, geloof me.
Muller: Mijn voornaamste drijfveer voor deze reünie was zin om nog eens samen te spelen. We waren elkaars muziekschool, een dikke dertig jaar geleden, in die kelder van Pascal zijn ouders in Tremelo. Daar heb ik alles geleerd, en ik ga op deze aardkloot nooit mensen vinden waarop ik beter ben ingespeeld dan Pascal en Gino.
Zijn jullie eigenlijk ooit zelf al warmgelopen voor reünieconcerten?
Deweze: Toen de Pixies meer dan tien jaar na hun split weer bijeen kwamen ben ik gaan kijken, ja. En ook naar The Police, eind jaren 2000. De baslijntjes van Sting, dat was een belangrijk onderdeel van mijn muzikale opvoeding. Wat ik vooral goed vond: ze deden het nog altijd gewoon met z’n drieën, zonder allerlei snufjes of trucjes. Net zoals wij nu.
Hoe groot was de verleiding om dertig jaar na datum alsnog wat te morrelen aan de songs, om hier en daar iets bij te sturen?
Deweze: De arrangementen blijven zoals ze zijn, het grote verschil met dertig jaar geleden is dat we de songs nu veel beter en zonder fouten kunnen spelen.
Muller: Het kwam er tijdens de repetities op aan om soms niet té veel opnieuw te luisteren naar het origineel op de plaat. Ik was achttien jaar toen we Surgery For Zebra opnamen, weet je wel? Dus sommige dingen op de plaat zijn niet erg matuur, sommige teksten zijn een beetje puberaal. Maar nu ineens dingen beginnen oppoetsen, dat zou afbreuk doen aan wie we toen waren.
Deweze: Onze rommeligheid was ons zwaktepunt maar tegelijk een sterktepunt. Beter weird dan saai, was zowat het devies.
Nog eens drie puntjes om aan te vullen: spelen in De Roma is…
Muller: Voor Metal Molly én voor mij de eerste keer. Spannend, dus.
Deweze: Ik heb er al in verschillende gedaantes op het podium gestaan. Met Sukilove, met Mauro, solo… en een jaar of tien geleden zelfs met Sandra Kim! We hebben toen samen een cover van Claude Francois gezongen, J’attendrai. Kon ik dat alvast van m’n bucket list schrappen. Maar De Roma, dat is vooral nostalgie. Het zit er in de muren. Ik verwacht telkens weer dat Gaston en Leo plots zullen opduiken in de backstage.